Het werk van Nico De Guchtenaere toont een voorliefde voor structuren en een sterke binding met de onbeheersbare natuur. Uitgaande van elementen uit die natuur verwijst hij zowel naar de levenscyclus van organismen als naar de ontwikkeling van een schilderij.
De motieven komen van een specifieke plaats en vormen een inventarisatie van sporen, nagelaten door de natuur. Hij slaat die dingen op waar mensen doorgaans aan voorbijgaan. Dit ‘behouden’ en registreren wordt binnen het groeiproces een verloop, een voortduren. Het verdwijnen wordt weer een verschijnen.
Nico De Guchtenaere gebruikt deze organische vormen als metaforen voor z’n eigen artistieke evolutie, als een meditatie omtrent het natuurlijke van kunst maken, omtrent de fysieke en mentale activiteit van de mens.