Django's werk is een spreidstand tussen enerzijds het illustratieve waar hij zich uit escapisme begeeft in een zelfgecreëerde wereld, bevolkt door poppetjes en maquettes die in fotografische momentopname tot leven komen en anderzijds een veelheid van inktschetsen en schilderwerk waarin hij kleine, onopgemerkte scènes uit het dagelijks leven probeert vast te leggen in hun essentie, zonder al te veel detail. zo probeert "de toeschouwer/kunstenaar" vat te krijgen op de dagelijkse realiteit en een zicht te krijgen op het typische, spontane, menselijk gedrag.